Blog.

July 5, 2013
by admin
0 comments

‘Oh boy’ / een filmrecensie.

Grote steden hebben iets ongrijpbaars.
Ze geven niks. (Laat staan om jou.)
Berlijn is zo’n stad. Meedogenloos. Berlijn slokt je op, en het enige dat je ervoor behoedt verzwolgen te worden, is te blijven kijken: in de schoonheid van de stad vind je houvast.

In de film ‘Oh Boy’, speelt Berlijn haar vaste rol als hoogmoedige minnares met verve. Ongrijpbaar, net als eigenlijk alles in het leven van hoofdrolspeler Niko. Liefde, geld, zijn dromen; waar ze eerder voor het oprapen leken te liggen, zien we hem nu in één dag zinken. Diep, dieper, diepst.

De film is gemaakt in het mooiste zwart. Zowel in kleur als in humor. Een basis waar je u tegen zegt en vervolgens verveelt het verdere verhaal me geen moment. Maar wat ik nog prachtiger vond, echt – en dit is de reden dat je moet gaan kijken – is het camerawerk. De doorkijkjes. Het overduidelijke oog voor perspectief, en hoe dat vervolgens zijn weerslag heeft op het verhaal. Dat dezelfde situaties verschillend onthouden kunnen worden, afhankelijk van je perspectief. Mooiste voorbeeld: de kroegtijger van weleer die zijn jeugdherinnering aan de Kristallnacht aan Niko toevertrouwt. De man vertelt hoe hij – niet ouder dan een vijfjarig snottebellenkind – juist de overwinning te kunnen fietsen had gevierd. Toen hij in de nacht van 9 november getuige was van het ingooien van alle ruiten, huilde hij zoute tranen. Het was niet van ontreddering of van de schrik dat hij huilde, maar vanwege de angst niet meer te kunnen fietsen met al het glas op straat.

Je moet gaan kijken. Het liefst in Focus natuurlijk, en dan moet je me even laten weten wat je vond. Wat jou opviel, of dat je misschien alleen maar moest lachen vanwege Niko’s eindeloze gebrek aan koffie.

En nog een ding, eentje maar: let alsjeblieft op het woord ‘Vergangenheitsbewältigung’ in de toiletscene. Zoiets verzin je niet.

Website Focus Arnhem
Wikipedia Vergangenheitsbewältigung

June 20, 2013
by admin
0 comments

Christo / Gasometer Oberhausen

Ik kan je vertellen over Christo, over zijn eerdere overdonderende werk en over zijn prachtige gebrek aan een achterliggende filosofie. Ik kan je vertellen dat Christo eerder een duo was, maar nu enkel nog Christo is.
Maar ik wil niet.
Je mag zelf gaan kijken naar zijn indrukwekkende installate in Oberhausen. Dat lijkt ver, helemaal naar Duitsland. Maar dat is niet ver, de reis hoeft niet lang te duren. (Voorwaarde is wel dat je de juiste afslag neemt. Uit ervaring kan ik je vertellen dat je anders zo’n half uur langer onderweg bent.)
 
Christo. (Zo wit.)
 

 

 

 

 

Website Gasometer
Website Christo

June 5, 2013
by admin
0 comments

Daniël.

Hij had geen idee hoe lang hij al voorovergebogen op het toilet zat. Beide voeten stevig op de grond en met één hand krampachtig tegen de kille muur geleund. Hij had ooit gelezen dat het aanraken van een vast object hielp tegen misselijkheid maar tot nog toe had het hem weinig meer gebracht dan een lamme arm. Nu vechten zinloos was gebleken probeerde hij enkel nog één te worden met het deinzen in zijn hoofd. Hij wist heus dat hij teveel gedronken had. Teveel whisky bij te weinig cola. Teveel bier na teveel rum. Teveel sigaretten ook. Teveel muziek. Teveel warmte. Over de harde muziek heen had hij “EVEN PISSEN!” naar zijn vrienden gebruld. Hij had in de richting van het toilet gewezen en had zich vervolgens, zonder een reactie af te wachten, een weg door de dansende menigte gebaand. Het eerste WChokje dat vrij was, was hij binnen gewankeld. Dat dat een hokje in het damestoilet was, kon hem niks schelen. Even zitten. Even rust. Vaag was nog de gedachte in hem opgekomen dat het een groot geluk was dat er geen rij had gestaan. Vrouwen waren eindeloze rijtjesbeesten. In de rij voor de kassa van die walgelijke H&M. In de rij voor de spiegel. In de rij voor zoete witte wijn. In de rij voor fucking Justin Bieber.
De stroom aan gedachten deed hem kokhalzen. Hij drukte zijn klamme handpalm harder tegen de inmiddels even zo klamme muur en keek op. “Maurice is lekker!”, stond met zwierige letters in zwarte stift op de deur geschreven. Het uitroepteken was bekroond met een hartje waar hij, man onder mannen, alleen een punt had kunnen bedenken. Hij herhaalde fluisterend de boodschap, bestudeerde keer op de keer de woorden. Was hij Maurice maar. Was hij maar de man waaraan anonieme vrouwen op anonieme toiletdeuren hun liefde – of dan toch op zijn minst hun lust – verklaarden. Met zijn vinger volgde hij de letters op de deur. “Verdomme”, zuchtte hij.


=”http://www.stefaniehesseling.nl/blog/daniel/” data-send=”false” data-width=”350″ data-show-faces=”true” data-action=”like”>
Selectie I Frits Stefanie Hesseling

April 2, 2013
by admin
0 comments

Frits.

Beste Marie,

Ik wil je vertellen over het weer. (Ik dacht dat we het op zijn minst toch wel over het weer konden hebben.)

Ik wil je vertellen dat ik het zo koud vond vannacht. “Eigenlijk te koud voor deze tijd van het jaar”, dacht ik nog. Ik heb het slaapkamerraam midden in de nacht maar dichtgedaan. Je weet zelf ook dat dat weinig moeite kost, maar onder de dekens was het zo heerlijk warm en de lucht erbuiten voelde zo vijandig koud.
Daarna ben ik weer in slaap gevallen.

Toen de zon vanochtend scheen, voelde ik me zo oprecht gelukkig. Ik ben met mijn koffie op het balkon gaan zitten. (De zwarte klapstoel heb ik even met een natte doek schoongeveegd.)

Ik moest denken aan hoe wij altijd op het balkon zaten, met zijn tweeën.
Dit wil je niet horen, maar ik dacht er wel aan.
Eigenlijk pasten we helemaal niet met zijn tweeën op dat kleine balkon. Jouw benen zijn te lang en mijn lichaam is er sowieso een van een uit de kluiten gewassen circusartiest.
Dat zei je altijd. Haha.

De wind waaide te hard en ik voelde me zo bekeken door de mensen die over het plein voor het huis liepen.

Eenmaal binnen ben ik in de baan zonlicht gaan zitten en heb ik naar buiten gekeken. Ik keek naar de wolken en ik keek naar de mensen en ik dronk mijn koffie en ik dacht aan je.

Hoe langer ik aan je dacht, hoe kouder mijn koffie werd.

En de zon scheen, dat wilde ik je vertellen. De zon scheen zo heerlijk vandaag en ik hoop dat het vannacht minder koud is.

Heel veel liefs,
Frits


=”http://stefaniehesseling.nl/blog/frits” data-send=”false” data-width=”350″ data-show-faces=”true” data-action=”like”>

February 22, 2013
by admin
0 comments

Walter.

Hij zat al vijf dagen op de bank. Hij sliep op de bank. Af en toe dronk hij, als hij toch naar de WC moest, met de grootst mogelijke moeite wat water uit het kraantje op het toilet. Eten deed hij niet. Kortstondig had hij op de eerste dag naar de afstandsbediening gezocht maar hij had zijn zoektocht gestaakt nadat hij, zonder gewenst resultaat, alle kussens van de bank op had getild. De gordijnen had hij de dag erna halfslachtig dichtgetrokken. Hij had ze helemaal willen sluiten, volledig afgesloten van de wereld willen zijn, maar de grote kamerplant die zijn schoonmoeder ooit had gekocht stond zo onhandig gepositioneerd op de vensterbank dat hij het niet voor elkaar had gekregen het gordijn er langs te trekken. Hij had beter zijn best kunnen doen besefte hij, nu zijn oog er op viel. Maar hij wilde niet. Hij wilde niets.

Het was een zondag geweest. Of een maandag. (Woensdag.) Hij was opgestaan en hij had koffie gezet zoals hij altijd deed. Vier scheppen en een beetje extra. Nadat hij een sigaret had opgestoken was hij vanuit de keuken naar de woonkamer gelopen. Vaak was ze al wakker voordat hij opstond en dan zat ze op de bank tv te kijken in haar kamerjas.

Ze had niet op de bank gezeten.
Hij had haar naam gezegd. Was naar boven gelopen.
Ze was niet boven.
Hij had zijn stem verheven en had haar geroepen.
Ze was niet in de badkamer, in de kelder of in de tuin.

Op de bank had hij zijn inmiddels lauwe koffie opgedronken. Ze zou zo wel terugkomen. Soms, heel soms, ging ze ’s ochtends wandelen. Ze deed het niet vaak maar toevallig hadden ze de avond ervoor samen zo’n programma gekeken over dikke mensen die afvallen. (Dat programma met dat lekkere blonde wicht was het geweest.) Soms kreeg ze na het zien van zo’n programma opeens de geest. Dan kieperde ze alle chips het huis uit en dan moest er opeens in plaats van normale cola, cola light gedronken worden. Light boter kocht ze dan. En crackers.

Die middag was ze nog niet terug geweest. Hij had de politie gebeld maar die konden niks doen. Haar telefoon lag nog gewoon op tafel. Haar schoenen stonden in de gang. Eerder verslagen dan boos had hij zich gevoeld.
En toen was hij op de bank gaan zitten. Wachten.


=”http://stefaniehesseling.nl/blog/walter” data-send=”false” data-width=”350″ data-show-faces=”true” data-action=”like”>

January 22, 2013
by admin
0 comments

22/01/2013 15:44 Stilleven.

Omdat ik eigenlijk niet wilde sporten dacht ik, dan kijk ik gewoon even naar buiten.
Als ik dan diep ademhaal dan is dat misschien ook wel wat.

Dus ik bleef zitten en ik keek.
Met mijn rug tegen de verwarming.

(Eigenlijk zuchtte ik vooral.)

En ik keek naar het kopje waar eerder chocolademelk in zat
maar nu voornamelijk vellen.
En een lepeltje.

December 23, 2012
by admin
0 comments

Natte poes.

Ik open de deur van de woonkamer net op het moment dat zij haar glas rode wijn tegen de muur smijt. We zijn beiden stil, terwijl we toekijken hoe de rode vloeistof sporen trekt op het beige behang. “Misschien had je beter wit kunnen drinken” zeg ik, waarop zij in onbedaarlijk snikken uitbarst. Wanneer ik een stap in haar richting zet, veegt ze met een wilde beweging de nieuwe Ikea-lamp van het bijzettafeltje. Hij valt kapot op de grond. Woest draait ze zich naar me om, haar ogen wijd opengesperd van woede. In gedachten zoek ik naar de juiste woorden om haar te kalmeren, maar omdat ik behalve “Het geeft niks hoor, van de wijn” niets kan bedenken, hou ik mijn mond.

Zwijgend kijken we elkaar aan. Ze hijgt en is een beetje rood aangelopen van het huilen. Op haar witte shirt zitten wijnvlekken.

“Zeg dan wat” gilt ze plots met overslaande stem, “ZEG IETS.”

Voordat ik tijd heb om iets zinnigs te formuleren, is ze al langs me heen gestormd. Voordat de voordeur dichtslaat, schreeuwt ze nog: “Dit vergeef ik je nooit. Ik wil je nooit meer zien.”

Ik ga op de bank zitten, veeg met mijn voet wat scherven bij elkaar en kijk naar de muur. Kort overweeg ik om een doekje te pakken en de rode vlekken van het behang te vegen. Omdat het idee de muur te poetsen me idioot voorkomt, blijf ik zitten. Bedachtzaam kijk ik naar de muur om vervolgens mijn Blackberry uit mijn broekzak te vissen.

De telefoon gaat drie keer over voordat mijn moeder opneemt.
“Met Ria.”
“Mam, met mij. Er is iets gebeurd.”
Ik hoor hoe ze kort en heftig door haar neus inademt. Met hoge stem zegt ze: “Wat is er gebeurd lieverd, is alles in orde, heb je een ongeluk gehad?”
“Nee mam, niks aan de hand. Nouja, ik heb gewoon ruzie gehad. Met Linda.”
Een diepe zucht aan de andere kant van de lijn. “Oh, nou, dat is ook heel vervelend natuurlijk. Waar hadden jullie ruzie over?”
“Over haar kat.”
“Dat vieze vlooienbeest?”
“Ja,” zeg ik “die is dus dood.”
“Och heden” klinkt het aan de andere kant van de lijn.

Ik kan me exact inbeelden hoe mijn moeder er op dit moment bijzit. Rechtop in haar leunstoel, het witte haar in een strakke knot op haar hoofd en op de koffietafel een pakje mentholsigaretten en een asbak met immer smeulende inhoud. Ik hoor hoe ze een trek van haar sigaret neemt.

“Wat is er gebeurd?” vraagt ze.
“Ik heb hem vermoord” zeg ik langzaam “per ongeluk.”
“Ach,” antwoord ze “waarschijnlijk heb je dat beest een plezier gedaan. Hij was al oud. En bovendien zat jullie bank altijd onder de haren. Jij trouwens ook. Met jouw allergieën is dit misschien maar beter.”

Ik hoor hoe ze inhaleert. Verdere vragen over de poezenmoord stelt ze niet. Wel vertelt ze over de nieuwe buurvrouw en haar nachtelijke escapades.
“Dat mens krijst alles bij elkaar.” begint ze. “Ja, je vader snurkt overal doorheen natuurlijk, maar ik krijg alles van voor tot achter mee en..”
“Mam, ik moet ophangen” onderbreek ik haar. “Ik moet hier echt even uhm.. dingen doen.”

‘Gevulde koeken 24x’ staat in dikgedrukte letters op de buitenkant van de kartonnen doos. Ik buig me om de inhoud te inspecteren. Ik schrik als ik zie dat Linda het kattenlijk op één van mijn nieuwe handdoeken heeft gelegd. Verdomme. Ik overweeg om de handdoek onder het stoffelijk overschot vandaan te trekken maar bedenk me. (Alsof ik ‘m dan ooit nog zou gebruiken. )

Peinzend kijk ik op de dode poes neer. Het valt me op hoe prachtig glanzend de vacht is. Ik probeer me te herinneren of zijn vacht voor het ongeluk ook al deze zijdezachte glans had of dat het wellicht aan de wasverzachter te danken is. Ik besluit dat het de Robijn Zijdezacht moet zijn geweest. Uit het niets komt de strak staccato gezongen jingle “Robijn – maakt niet alleen uw kleding, maar ook uw katten zijdezacht” in mijn hoofd op. Ik kan een grijns niet onderdrukken. Mijn creativiteit is oprecht eindeloos. Zonde dat ik mijn vondst niet met Linda kan delen. Hoewel, ik betwijfel of ze er om zou kunnen lachen. Ik kijk nog eens naar de poes. Hij glanst wel mooi.

Terwijl ik mijn zelfbedacht jingle neurie, loop ik naar het washok. Het deurtje van de wasmachine staat open. De kleffe, maar tegen verwachting in prettig ruikende, inhoud ligt op de grond. Met een gehaaste beweging veeg ik alles op één hoop en raap het op. “Verdomme, Linda” mompel ik “dat gaat toch stinken zo.” Als ik de was ophang, zie ik dat de vochtige was vol met kattenharen zit. Ik buk me om in de wasmachine te kijken. In de rubberen omlijsting van de deur zitten dikke plukken kattenharen. “Gadverdamme, ook dat nog” vloek ik. Kan ik ook nog een nieuwe wasmachine kopen.
 


=”http://lolaloves.nl/natte-poes/” data-send=”false” data-width=”150″ data-show-faces=”true” data-action=”like”>

December 17, 2012
by admin
0 comments

Lola loves Dagschotel

Afgelopen zondag produceerde ik een fotoshoot voor Dagschotel. Met dank aan de geweldige figuranten, prachtwinkel MOD* Vintage en fotograaf Uljana Orlova is het resultaat prachtig.
 
Hieronder een paar foto’s die ik tijdens de shoot maakte.
 

 


=”http://lolaloves.nl/shoot-dagschotel/” data-send=”false” data-width=”350″ data-show-faces=”true” data-action=”like”>

December 3, 2012
by admin
0 comments

Halfje bruin.

Bij gebrek aan brood, zat hij op het moment van haar aankomst met uitgesproken tegenzin op een rijstwafel te kauwen. Hij hield niet van rijstwafels. Typisch iets voor Ingrid om de hele voorraadkast vol te laden met biologische zoutloze zooi en het dan vervolgens te vertikken normaal brood in huis te halen. Hij was blij dat ze binnenkort uit zijn leven was. Als het langer had geduurd had hij wellicht verplicht salade moeten eten. Of erger nog, tofu.

Hij spoelde de hap weg met een slok koffie en legde de rijstwafel terug op zijn ontbijtbord. Lusteloos klapte hij zijn laptop open en logde in op Funda.nl. De bezoekersinformatie wist hem te vertellen dat het huis inmiddels al 500 keer bekeken was. Hij snoof verachtelijk. Tot op heden waren er pas drie mogelijke kopers langs geweest. (Geen van hen had een bod uitgebracht.) De jonge makelaar van het bureau dat ze in de arm hadden genomen, had laatst aangeraden om de prijs te verlagen maar Martijn had hem hartelijk uitgelachen. “Luister knaap,” had hij de jongen toegebeten “dit huis is elke euro waard.” Later had hij het kantoor gebeld en gezegd dat hij een betere makelaar wilde. “Dat jochie dat jullie me stuurden was nog zo nat achter de oren dat ik moest dweilen toen hij hier weg was.” Lachend om zijn eigen grap had hij opgehangen.

Hij kon een grijns niet onderdrukken nu hij eraan terugdacht. Zelfvoldaan nam hij een slok van zijn zwarte koffie. Terwijl hij zelfvoldaan de foto’s van zijn huis nog eens doorkeek, hoorde hij het grind van de oprit knarsen. Er kwam een auto aanrijden. Hij keek verstoord op de klok boven het marmeren aanrechtblad. Tien voor acht.

Met uitgesproken tegenzin stond hij op toen de bel ging. Hij knoopte zijn kamerjas zorgvuldig dicht en liep langzaam naar de voordeur. Voordat hij de glazenwasser, Jehova getuige of zelfs een mogelijke koper - op het bord stond toch zeker duidelijk ‘bezichtiging op afspraak’ - eens goed de waarheid ging vertellen, controleerde hij zijn reflectie in de spiegel. Hij oefende zijn strengste frons en streek met zijn hand streek over zijn dunne haar, zijn scheiding zat perfect. Nadat hij zijn vlezige lippen had gelikt opende hij de deur.

Niemand.

Hij keek geïrriteerd om zich heen en wilde de deur net sluiten toen hij iemand, op niet onaardige maar licht dwingende toon ”Martijn!” hoorde roepen. Op zijn sloffen zette hij een stap naar buiten. Twee stappen. Hij voelde de frisheid van de zomerochtend door zijn kamerjas. Drie stappen.

Daar stond ze, naast een knalrode cabrio. Beeldschoon was ze. Hij had haar in geen jaren gezien maar herkende haar direct. Jeanette. “Potverdriedubbeltjes, Jeanette” verzuchtte hij, zijn eerdere irritatie op slag vergeten. “Wat doe jij hier?”
“Ik was in de buurt” zei ze, met een glimlach, terwijl ze zich boog om een doos van de achterbank van de auto te tillen. “Zou je me hier misschien even mee kunnen helpen?” vervolgde ze, toen ze opkeek en zag dat hij, perplex door haar plotse aanwezigheid, geen aanstalten maakte om van zijn plek te komen.

Samen tilden ze de kartonnen doos het huis binnen. Terwijl ze de doos in de met marmer betegelde hal lieten zakken, keek hij haar eens diep in de ogen. Onverschrokken beantwoorde ze zijn blik. Hoe mooi zou het zijn als ze de tijden van vroeger konden herleven? Hij grijnsde zo lieflijk mogelijk terug terwijl hij een erectie op voelde komen. Juist wilde hij haar met zijn meest zoetgevooisde stem toefluisteren of ze wellicht interesse had in een kopje koffie, toen hij zich bedacht dat hij zijn tanden nog niet had gepoetst. Meer geschrokken dan beschaamd, zette hij een plotse stap achteruit en liet zijn kant van de kartonnen doos uit zijn handen glippen. Toen ook haar kant van de doos de grond met een lichte klap raakte, zag hij hoe ze van schrik even haar schouders omhoogtrok. Er klonk licht gerinkel, als van glas dat tegen elkaar aanvalt. ”Sorry” mompelde hij snel en geschrokken, zijn gezicht naar beneden gericht zodat hij niet in haar richting zou ademen. ”Kan ik je wellicht een kopje koffie aanbieden?”

Terwijl ze, ieder aan een andere kant van de hardhouten keukentafel aan hun kopje espresso nipten, bekeek hij haar terwijl ze in alle rust de keuken en de aangrenzende woonkamer in zich opnam. Terwijl haar blik bleef rusten op één van zijn originele Keith Haring zeefdrukken, liet hij zijn blik over haar zachte hals glijden. Wat een vrouw was dit. Zo anders dan Ingrid. Ingrid met haar behaagzieke maniertjes, manische lachjes en belachelijke regels. “Vanaf nu nog maar twee glazen wijn per avond” was één van haar nieuwe vondsten. Walgelijk vond hij het. Hij was een volwassen man, hij kon toch zeker zelf wel bepalen hoeveel hij dronk. Die ene keer dat hij met de nieuwe BMW een fietser had geraakt nadat hij, in licht beschonken toestand, bij de golfclub was weggereden, had ze hem nooit vergeven.  En dat terwijl het niet eens een ongeluk te noemen was. De jongen was opgestaan en weer doorgefietst. Hij had niet eens een deuk in zijn auto gehad. Nee, het enige waar zijn aanstaande ex-vrouw oprecht goed in was, was hem zaken nadragen. En geld uitgeven. Zijn geld. De heks.

“Wat zit er eigenlijk in die doos?” vroeg hij, toen hij plots de stilte bemerkte.
“Oh, gewoon, wat spullen die ik naar mijn moeder moet brengen” antwoorde ze, terwijl haar blik afgewend bleef. “Ik wilde ze niet in de cabrio laten staan, zodoende.”
Het was weer even stil. Hij zocht gehaast naar woorden, maar ze was hem voor.
“Mooie kunst heb je.”
“Ja,” zei hij, trots dat het haar op was gevallen. ”Je zou me een liefhebber, of misschien zelfs uhm, een verzamelaar van modern werk kunnen noemen.”
Terwijl ze opstond om een klein bronzen sculptuur in de woonkamer te bekijken, bewonderde hij haar welgevormde lichaam. Hij likte zijn lippen terwijl hij met zijn vinger over de rand van het lege kopje ging. “Maar Martijn,” zei ze, met haar rug naar hem toe. ”Ik heb helemaal niet gevraagd hoe het nou eigenlijk met jou is.”
“Ja, wel goed. Eigenlijk wel heel goed.” antwoorde hij. Haar billen waren adembenemend in haar strakke spijkerbroek.
Ze draaide zich om, ging weer aan de keukentafel zitten. “En met Ingrid?” vroeg ze.
Hij voelde zich opeens ongemakkelijk, hij wilde het helemaal niet over zijn ex-vrouw hebben. Typisch voor Ingrid om ook dit moment te verpesten, zelfs al was ze er niet eens bij.  “Met Ingrid is ook alles goed, ja” antwoorde hij, met afgemeten stem.
“Ik zag dat het huis te koop staat. Gaan jullie verhuizen?” Ging ze luchtig verder, de stugge ondertoon in zijn reactie was haar duidelijk ontgaan. Schalks keek ze hem over de rand van haar minuscule espressokopje aan.
Hij liet opgelucht een betekenisvolle stilte vallen terwijl hij zag hoe er een klein druppeltje koffie op haar roodgestifte bovenlip was blijven plakken. ”Nee, uhm. We gaan uit elkaar. Dus, ja..”
Hij keek haar onderzoekend aan, terwijl hij haar reactie probeerde te peilen. Niks. Geen lach, geen frons, geen geschrokken blik. (Laat staan de flirterige oogopslag waar hij steeds meer op hoopte.)
“Goh, Martijn.” zei ze, matter dan hij had verwacht.
“Jeanette, luister,” zei hij, zich plots weer bewust van zijn relatieve naaktheid. Wat moest ze wel niet denken. ”Ik voel me verschrikkelijk onbeleefd dat ik hier nog in mijn badjas zit. Ik heb zelfs mijn tanden nog niet gepoetst. Excuseer je me even?”
Ze haalde haar bekoorlijke schouders op. Hij zag haar sleutelbeenderen even boven haar Ralph Laurenshirt uitkomen en slikte verlekkerd. Met plagerige stem zei ze: “Als jij me nog een kopje koffie aanbiedt, mag je zo lang wegblijven als je wilt.”

Eenmaal in de slaapkamer trok hij met een wilde beweging zijn kledingkast open. Welke polo moest hij aan? Hij ging met zijn vinger langs de stapels. Ralph Lauren? Armani? Of misschien een overhemd? En welke broek? Een spijkerbroek? Hij haalde zwaar adem. Zijn conditie liet al jaren te wensen over en hij was zojuist als een jonge hond de trap opgerend. Hopelijk had Jeanette ‘m niet horen rennen, dat zou een verschrikkelijke indruk geven. Met één haal trok hij het koord van zijn kamerjas los. Zijn boxershort schopte hij uit. Hij ging zijdelings voor de spiegel staan, trok zijn buik in en keek zijn spiegelbeeld zo zwoel mogelijk in de ogen, de lippen licht gekruld. Nadat hij zich aangekleed had (roze Lacoste polo, Hilfiger spijkerbroek), liep hij de ruim opgezette badkamer in. Tussen het van flesjes, poeders en doosjes vergeven oppervlak zocht hij verwoed naar zijn aftershave. Hoeveel troep had een vrouw nodig, vroeg hij zich af terwijl hij een snelle blik op zijn horloge wierp.  Ze zat al een behoorlijke vijf minuten alleen beneden. Hij poetste gehaast zijn tanden, haalde een kam door zijn haar, wierp een laatste blik in de spiegel en snelde de badkamer weer uit.

Beneden vond hij Jeanette zittend op de leren bank in de woonkamer, haar benen gekruist. Ze stond gehaast op toen hij binnenkwam, ze had een heerlijke blos op haar gladde ronde wangen.
“Het spijt me dat ik je zo lang heb laten wachten.” zei hij “Kan ik je nog wat aanbieden?”
“Nee” zei ze, kortaf. Het Perzische tapijt dempte haar voetstappen terwijl ze naar de deur liep.
“Ga je nu alweer weg?” zei hij, in verwarring gebracht door haar kordate houding.
“Ja, ik heb nog een afspraak.” Ze keek op de grote wandklok keek, “En het is alweer half 9 geweest.”
Ze stond al in de gang voor hij kon bedenken wat te zeggen. “Help je me even met de doos?” vroeg ze. Samen droegen ze de doos naar de auto. Hij droeg nog steeds zijn sloffen. De ochtendkou was inmiddels vervangen door een zomers briesje. “Het wordt vast een mooie dag vandaag” zei hij, in een laatste poging haar aanwezigheid nog wat te verlengen.
Ze stapte in.
“Ja.” antwoorde ze “Geniet ervan hè, vandaag.” De motor van haar cabrio gromde als een kleine tijger. Ze zette de auto in zijn achteruit en vertrok met piepende banden, hem verbluft achterlatend. Hij hief zijn hand om te zwaaien maar voelde zich vrijwel direct belachelijk. Hij draaide zich om en liep naar binnen.

Drie weken later werd het huis verkocht. De scheiding was rond en de spullen moesten nu met spoed verdeeld worden. Ingrid had zich inmiddels ontpopt tot niets ontziende bloedzuiger. Het leek haar levensdoel te zijn geworden hem het leven zo zuur mogelijk te maken. Nadat jarenlang ‘Nee, nu niet, Martijn’ haar lievelingsuitdrukking was geweest, was nu ‘gemeenschap van goederen’ haar paradepaardje. Ook de kunst diende eerlijk verdeeld te worden. Een taxateur kwam op een zonnige dinsdagmiddag de werken hun huidige waarde toekennen.

“Gaat u vooral zitten” begon Martijn, nadat hij de statige man een ferme handdruk had gegeven. “Kan ik u wat te drinken aanbieden?”
“Nee dank u, ik begin liever direct met de taxatie” zei de man op zakelijke toon. Hij had zich stijfjes voorgesteld als “Vermeulen, taxateur”.
Martijn volgde de bewegingen van de statige man terwijl deze voorzichtig de Keith Haring zeefdruk van de muur pakte. ”Meneer Vermeulen,” begon hij “met uw welbevinden ga ik even langs de bakker.” (Inmiddels was hij op een punt gekomen dat hij uit pure noodzaak zelf boodschappen deed.”)
Vermeulen knikte kort ter goedkeuring.

Bij thuiskomst vond hij Vermeulen gezeten aan de keukentafel. Een dozijn van de schilderijen, zeefdrukken en foto’s uit zijn verzameling lagen voor hem. Toen Martijn de deur achter zich dichtdeed, het halfje gesneden bruin in de hand, keek Vermeulen op. Lichte paniek tekende zijn gezichtsuitdrukking. “Meneer, wat goed dat u er weer bent” sprak hij op staccato toon. De eerste gedachte die bij Martijn opkwam, was dat de taxateur een werk had vernield. Hij speurde de grond af naar gebroken glas of andere sporen van vernieling. Niks. “Gaat u even zitten” stelde Vermeulen voor. Gedwee nam Martijn plaats. “Deze werken zijn naar uw weten stuk voor stuk originelen?” vroeg de taxateur, terwijl hij Martijn onderzoekend aankeek over de rand van zijn halve brilletje. Hij ging de stukken die op tafel lagen na. ”Ja,” antwoorde hij “de certificaten van echtheid vindt u achterop de frames van de lijsten.” Als reactie hierop draaide Vermeulen het dichtstbijzijnde werk, een ingelijste schets van Mondriaan, om. Geen certificaat. Voordat Martijn een woord uit kon brengen draaide Vermeulen nog drie werken om. Geen certificaat. “Het spijt me dit u te moeten zeggen meneer” zei hij met een stem waaruit eerder afkeuring dan oprechte spijt bleek, ”maar deze werken zijn stuk voor stuk vervalsingen.” Hij keek Martijn doordringend aan.
Een moment was hij lamgeslagen. “Verva..” begon hij. “Maar, hoe.. en.. ik..”
Met een stem alsof hij tegen een kind sprak, herhaalde Vermeulen: “Ik kan er niks anders van maken meneer, geen van de werken die hier voor ons ligt, is een origineel.”

Na het vertrek van de taxateur schonk hij zich een dubbele whiskey in. Geen ijs. Voor het eerst in jaren overviel hem de sterke neiging een sigaret te roken. Hij sloeg de whiskey in een teug achterover en pakte de telefoon. Hij was vast van zins het nummer van de politie draaien toen hij zich bedacht. Wat zou hij antwoorden als ze hem vroegen wat er gebeurd was? Hij speelde het scenario af in zijn hoofd. Hij zou: “Ik ben beroofd” zeggen, waarop de dienstdoende agent hem zou vragen wanneer de beroving plaatsgevonden had. Martijn op zijn beurt, zou toe moeten geven dat hij op die vraag geen antwoord had. Of er sporen van braak waren, zou de politie vragen. “Nee” zou hij toe moeten geven. In het ergste geval zouden ze hem direct zeggen niets te kunnen doen. In het beste geval zouden ze langskomen, een kort onderzoek instellen om hem vervolgens mede te delen dat er geen bewijs van roof gevonden kon worden. Hij legde de telefoon weer neer. Schonk zichzelf nog een dubbele whiskey in en sloeg deze wederom in één keer achterover. De drang naar een sigaret was sterker dan ooit.

Verslagen ging hij aan de keukentafel zitten. Van de stapel waardeloze kunst pakte hij de zeefdruk van Keith Haring. Kijkende naar de dikke lijnen herinnerde hij zich hoe geïnteresseerd Jeanette naar dit werk had gekeken. Mooie Jeanette met haar prachtige lichaam. Jeanette die plots voor zijn deur had gestaan. Ter afleiding klapte hij zijn laptop open. Het was tijd om het profiel op Funda.nl te verwijderen. Een ruime 1500 views had hun huis gehad, zag hij. Hij scrolde naar de onderkant van de pagina, langs de foto’s.

Zijn ogen werden groot toen hij het opeens zag. De foto van zijn woonkamer met in de hoek de Andy Warhol, boven de bank zijn ingelijste Mondriaan. Zijn prachtige Keith Haring in vol ornaat op de foto van de keuken. Hij keek vol verlamd van verschrikking en afschuw naar de waardeloze werken die het tafelblad bedekten.

Jeanette die plots zo kortaf had gedaan nadat hij zich omgekleed had.
Jeanette met haar kartonnen doos.


=”http://lolaloves.nl/halfjebruin/” data-send=”false” data-width=”350″ data-show-faces=”true” data-action=”like”>

November 27, 2012
by admin
0 comments

Kunst.

“Ik wil niet dat je kunst maakt, mijn liefste” zei hij op een dag. Hij sprak met een stem die zo zacht was dat de dreiging ervan me bijna was ontgaan, ware het niet voor zijn scherpe blik.

Zijn ogen volgden me als die van een roofdier.

“Ik verlang van je dat wij ons vanaf nu beperken tot de zaken die benoembaar zijn.”

Hij noemt de rivier die slechts een rivier is.
Mijn hart dat slechts een kloppend hart is.
Mijn borsten die slechts borsten zijn.

Ik knik. (Blijkbaar niet overtuigend genoeg.)

Ik buig mijn hoofd terwijl hij met rauwe stem spreekt. “Snap je het dan niet? Kunst is een verschrikkelijke zoektocht. Kunst is een zinloze stap in een alles omvattend duister.”

Ik schenk hem koffie in. Suiker. Melk. Ik roer.

Met suikerzoete stem vervolgt hij: “Luister, mijn schat. Onze zoektochten zullen vanaf nu slechts kortstondig zijn. Voornamelijk bedoeld om je sleutels te vinden.”

Ik huil, terwijl hij enkel mijn tranen ziet.
Het verdriet is het mijne.


=”http://lolaloves.nl/kunst/” data-send=”false” data-width=”350″ data-show-faces=”true” data-action=”like”>