Blog.

Erwin Olaf / ‘ik hoef niet meer te schreeuwen.’

| 0 comments

In alle oprechtheid: ik was dit interview bijna vergeten op mijn eigen blog te plaatsen. Alsof ik elke dag grootheden als Erwin Olaf interview. Niets is minder waar.
In mei 2013 echter, was het wel degelijk zo ver: Marloes van der Wiel & ik interviewden de bekende fotograaf voor het Arnhemse WILCO. magazine. Hieronder het interview.
 
WILCO. Magazine kent geen angst. Ook grote namen schrikken ons niet af en zodoende aarzelden we geen moment toen we de kans kregen fotograaf Erwin Olaf te interviewen. We spraken deze interessante man naar aanleiding van zijn expositie in het Museum voor Moderne Kunst te Arnhem, een expositie waarin hij – naast zijn eerdere foto’s en video-installaties – voor het eerst in zijn carrière ruimtelijk werk toonde. We vroegen hem naar deze verschuiving in zijn proces en legden hem onze meest spitsvondige dilemma’s voor.
 
Traditie VS vernieuwing
In hoeverre neem je de traditionele kaders van de fotografie mee in je werk en, kijkende naar vernieuwing, hoe zie je de verdere ontwikkeling van je beeldtaal in foto, bewegend beeld en installaties?
 
Mijn huidige ontwikkeling gaat vooral richting kunstwerken die bestaan uit meerdere technieken, installaties. Ik vind het fijn zowel stilstaand als bewegend beeld te gebruiken en het geheel samen met een 3D-element te complementeren. Het levert installaties als mijn recente werk the Keyhole op, waarbij alles samenkomt. De traditionele kaders van de fotografie neem ik altijd mee, in compositie en plaatsing maar ook door bijvoorbeeld het gebruik van oude technieken zoals carbon prints.
 
In mijn laatste serie Berlin heb ik gebruikgemaakt van een traditionele handafdruktechniek, hoewel aangepast op onze tijd. Ik heb de oude tijd nog niet gedag gezegd.
 
Humor VS tragiek
In je werk worden veel bitterzoete situaties geschetst: tragische beelden met een humoristisch randje – of juist andersom. In hoeverre is dit evenwicht een bewuste keuze?
 
Het is een weergave van mijn persoon. Ik ben van mening dat persoonlijk werk – of zeg, autonoom werk – altijd iets moet weergeven van de maker. De elementen die je omschrijft zijn elementen die ik opvallend vind en als belangrijk beschouw in het leven. In het tragische zit vaak humor, die het allemaal draagbaar maakt.
 
Dominantie VS submissie
Vooral in je eerdere werk waren dominantie en submissie een thema. Speelt dit in jouw ogen nog een rol in je huidige werk? In hoeverre heeft dit dilemma zijn weerslag in de rolverdeling fotograaf/model of fotograaf/bezoeker?
 
Er is niet zozeer sprake van dominantie en submissie als wel van (wisselende) machtsverhoudingen. Dit is een thema dat mij altijd heeft geboeid en ook nog steeds in mijn werk voorkomt, hoewel misschien niet gelijk zo zichtbaar als voorheen.
 
Mijn series the Keyhole en Berlin bijvoorbeeld gaan voor een deel over de macht van het kind, en de (machts)verhoudingen tussen kinderen en volwassenen.
 
Anonimiteit VS faam
Waar het gros van de Nederlandse kunstenaars ervoor kiest enkel hun werk onder de aandacht te brengen, lijk jij het benadrukken van ook je persoonlijkheid niet te schuwen.
Hoezeer spelen hierin commerciële of artistieke overwegingen een rol? Is dit een slim staaltje personal branding?
 
Ik ben altijd een uitgesproken mens geweest, en wanneer je een podium krijgt kun je je bekendheid gebruiken voor zaken die je na aan het hart liggen. Daarnaast gaat mijn werk soms nadrukkelijk over mijzelf. Het zou gek als ik mijzelf vervolgens verborgen zou houden. Commerciële of artistieke overwegingen zijn niet echt van toepassing op dit onderwerp, hoewel het mij zeker in het begin van mijn carrière geholpen heeft om zichtbaar te zijn. Zonder zichtbaarheid geen werk!
 
Kwetsbaarheid VS kracht
Is het portretteren van schaamte gemakkelijker dan het verbeelden van trots?
 
Waar in je vroegere werk vaak kracht en trots als onderwerp dan wel beeldtaal voorkwamen, lijkt je huidige werk een meer kwetsbare, zachte en melancholische kant te hebben. Hoe verklaar je deze verschuiving en in welke mate loopt dit parallel met je persoonlijke ontwikkeling?
 
De verschuiving in mijn werk heeft zeker te maken met de persoonlijke ontwikkeling die ik heb ondergaan. Mijn werk is introverter geworden door het ouder worden. Mijn persoon is veranderd met de jaren. Ik heb minder het gevoel dat ik heel luidruchtig werk moet maken om aandacht te krijgen, en tegelijkertijd ben ik meer geïnteresseerd in de natuur en verbeelding van emotie. Door de jaren heen heb ik ook veel erkenning gekregen, waardoor mijn werk rustiger is geworden, ik heb minder de behoefte om uit te halen en te ‘schreeuwen’ via mijn werk. Hoewel dat af en toe nog wel nodig is!

Leave a Reply

Required fields are marked *.

*